Goed dat er jeugdzorg is
De Belangenvereniging Medewerkers Bureaus Jeugdzorg vraagt uw aandacht voor het onderstaande stuk van Martin Dirksen en Hans Lomans, Bestuurders van respectievelijk BJZ Overijssel en BJZ Gelderland:
Bureau Jeugdzorg Gelderland en Overijssel begeleiden samen ruim 5.000 jongeren die door de rechter onder toezicht zijn gesteld. Wij helpen bijna 1.500 jongeren die via justitie een jeugdreclasseringsmaatregel hebben gekregen. Wij onderzoeken per jaar zo’n 2.400 meldingen van kindermishandeling. En dan hebben we het nog niet over de ruim 13.000 aanmeldingen die we per jaar krijgen bij de vrijwillige jeugdhulpverlening, de bijna 80.000 contacten met de Kindertelefoon of de bijna 1000 keer dat onze Spoedzorg (“de brandweer van de jeugdzorg”) uitrukt vanwege een kind dat acuut geholpen moet worden.
In Gelderland en Overijssel kun je snel terecht bij Bureau Jeugdzorg, dag en nacht. Als je specialistische hulp nodig hebt, loopt dat via ons (zonder het toegangskaartje geen recht op jeugdzorg). Kom je na werktijd in de problemen: wij zijn 7*24 uur beschikbaar.
Onze werkers krijgen te maken met kinderen die opgroeien in een omgeving waar vaak sprake is van veel problemen tegelijkertijd: verslaving, verstandelijke beperkingen, criminaliteit, psychiatrische aandoeningen, werkeloosheid, slechte huisvesting, mishandeling, agressie, eerwraak, verwaarlozing, huiselijk geweld. Het gaat vaak om kinderen en gezinnen met ernstige opgroei- en opvoedproblemen, die niet zelf een beroep op zorg doen en niet vragen om hulp. Het zijn gezinnen waar anderen zich zorgen over maken.
Ook zijn er gezinnen waar het tijdelijk niet goed gaat, bijvoorbeeld rondom een scheiding en waar hulp nodig is om tot een omgangsregeling te komen. Daarnaast zijn er gezinnen waar het met de meeste kinderen erg goed gaat maar met 1 kind niet. Kortom, er is een veelheid aan omstandigheden waar onze werkers mee te maken krijgen.
Voor ons staat de veiligheid van kinderen hoog in het vaandel. Het eerste wat wij doen is ons nagaan of het kind zich in een veilige situatie bevindt. Wij hebben van de samenleving de opdracht gekregen kinderen te beschermen en te helpen als zij in hun ontwikkeling worden bedreigd. Dat is geen gemakkelijke taak. Wij bemoeien ons namens de maatschappij met de opvoeding. Soms betekent het dat wij voorstellen een kind uithuis te plaatsen. Dat doen wij niet in ons eentje. Dat is een besluit van de rechtbank op advies van de Raad voor de Kinderbescherming.
Ieder kind heeft recht op een band met zijn eigen ouders, maar niet alle ouders zijn goede opvoeders. Daarom maken wij onderscheid tussen ouderschap en opvoederschap. De binding met je ouders is van het grootste belang. Toch kan het in het belang van het kind zijn opgevoed te worden door anderen: familie, kennissen of pleegouders.
Elke dag brengen wij kinderen in veiligheid, redden wij kinderen en voorkomen wij dat kinderen mishandeld of verwaarloosd worden. Elke dag maken onze medewerkers keuzes met ingewikkelde afwegingen, keuzes tussen een uithuisplaatsing en opgroeien bij je ouders, tussen veiligheid en vrijheid, ouderschap en opvoederschap, tussen gedwongen en vrijwillige hulpverlening, tussen privacy en openheid, tussen wel of niet ingrijpen. Elke dag nemen wij in moeilijke omstandigheden onze verantwoordelijkheid. Dit leidt niet altijd tot begrip. Soms wordt ons verweten dat we niet ingrijpen en de situatie te rooskleurig inschatten, nog vaker wordt ons verweten dat we wel ingrijpen. De realiteit is dat we meestal afgaan op signalen uit de maatschappij die we vervolgens onderzoeken. Als een onderzoek leidt tot de conclusie dat er sprake is van een veilige situatie dan voelen de ouders zich beledigd. Dat is begrijpelijk. Als er wel sprake is van een onveilige situatie, dan wordt dit lang niet altijd geaccepteerd.
Wij kijken niet werkeloos toe, wij grijpen in. Wij steken onze nek uit. Dat maakt ons werk tot een bijzonder vak, waar we met zijn allen trots op zijn. Maar helaas kunnen ook wij familiedrama’s niet voorkomen.
Veel mensen zitten niet te wachten op bemoeienis van de jeugdzorg. En zeker niet dat wij ongevraagd achter de voordeur komen kijken wat er aan de hand is. Toch is dat onze opdracht, bijvoorbeeld als we onderzoek doen naar vermoedens van kindermishandeling of als de rechter vindt dat ouders zonder toezicht niet in staat zijn voor hun kinderen te zorgen. Dan valt het niet mee alle partijen tevreden te stellen. Dat kan leiden tot ontevredenheid en klachten. Daarom is het goed dat ook wij getoetst worden. Wij doen ons werk niet in een vacuüm. Wij worden kritisch gevolgd door cliëntenraden, belangenbehartigers van cliënten, de klachtencommissie, de inspectie, de Raad voor de Kinderbescherming, de rechtbank, de media.
Dit stuk schrijven we naar aanleiding van een artikel in de Stentor van 2 januari. Wij willen graag in gesprek met “de samenleving”over wat er beter kan in de jeugdzorg, bij Bureau Jeugdzorg. Wij stellen ons open voor kritiek, wij willen leren van onze fouten. Maar we vinden het ook heel belangrijk dat we dat gesprek voeren op basis van de feiten. Wij kunnen er niet goed tegen als er aperte onzin wordt verkocht, zoals de bewering dat wij geld verdienen aan het uithuis plaatsen van kinderen. Eén: wij plaatsen geen kinderen uit huis. Dat doet de rechtbank. Twee: er is absoluut geen sprake van dat wij daar geld voor zouden krijgen.
De jeugdzorg is een prachtig vak, wij komen op voor de meest kwetsbare groep in onze samenleving. Wij gaan door met waar wij goed in zijn: het beschermen van kinderen. Wij geloven in de kracht van de jeugdzorg. De jeugdzorg kiest partij voor kinderen, dag in dag uit.
Martin Dirksen, Bestuurder Bureau Jeugdzorg Overijssel
Hans Lomans, Bestuurder Bureau Jeugdzorg Gelderland.